Hoeveel fosfaatrechten je nodig hebt (en wat dus onder de definitie ‘melkvee’ valt), is een lastige vraag. Bovendien heeft de Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) in 2018 meermalen het beleid over fosfaatrechten en de diercategorieën gewijzigd. Zo gelden andere regels voor nuchtere kalveren bij melkveehouders en vleesveehouders. Hieronder vind je enkele belangrijke aandachtspunten.

Let op, dit is een verouderd bericht van 22 december 2018. Klik hier voor het meest actuele artikel over dit onderwerp.

Fosfaatrechten nuchtere kalveren

Op 1 januari 2018 is het fosfaatrechtenstelsel in werking getreden. Op grond van dit stelsel dienen veehouders met ‘melkvee’ te beschikken over voldoende fosfaatrechten. Het standpunt van RvO over nuchtere kalveren bij melkveehouders is enkele weken geleden gewijzigd. RvO geeft nu aan dat voor alle nuchtere kalveren van melkkoeien fosfaatrechten nodig zijn. Alleen voor kalveren vanaf 15 dagen, bestemd als vleesvee, zijn geen fosfaatrechten nodig. Nuchtere kalveren van zoogkoeien die niet afkalven, maar afgemest worden, tellen vanaf de geboorte niet mee.

Er wordt dus onderscheid gemaakt tussen nuchtere kalveren van een melk- of kalfkoe (diercategorie 100) en van een zoogkoe (diercategorie 120).

 

Kalf van een melk- of kalfkoe (melkveehouders)

Kalveren op een melkveebedrijf van een melk- of kalfkoe tellen vanaf de geboorte mee voor de fosfaatrechten. Wanneer het betreffende kalf op een melkveebedrijf niet bestemd is om later een melk- of kalfkoe, zoogkoe of fokstier te worden, zijn vanaf 15 dagen leeftijd geen fosfaatrechten nodig (maar de eerste 14 dagen dus wel).

Wanneer een kalf bestemd voor de vleesveehouderij na 14 dagen nog op het bedrijf aanwezig is, kan het kalf vanaf de 15e dag worden overgeboekt naar diercategorie 115 (startkalf voor rosé- of roodvlees) of diercategorie 112 (witvleeskalveren). Dit geldt ook voor kalveren die op het eigen bedrijf worden afgemest.

 

Kalf van zoogkoe (vleesveehouders)

Voor een kalf van een zoogkoe zijn alleen fosfaatrechten nodig als het kalf uiteindelijk zoogkoe wordt. Voor nuchtere kalveren die bestemd zijn om vleeskalf of vleesstier te worden, zijn vanaf de geboorte geen fosfaatrechten nodig.

 

Gemengde bedrijven

Wanneer je als veehouder zowel melk- en kalfkoeien áls zoogkoeien hebt, moet je per kalf bekijken of de moeder een melk-/kalfkoe of zoogkoe is. Per kalf moet dan de bovenstaande beschrijving worden gevolgd.

 

Fokstier en fosfaatrechten

In de regelgeving wordt tot een leeftijd van 1 jaar verschil gemaakt tussen fokstieren voor de melkveehouderij en fokstieren voor de zoogkoeienhouderij. Vanaf de leeftijd van 1 jaar behoren beide soorten fokstieren tot de diercategorie ‘Fokstieren’ (diercategorie 104) en zijn er vanaf dat moment geen fosfaatrechten nodig.

 

Jonge fokstieren melkveehouderij

Fokstieren voor de melkveehouderij jonger dan 1 jaar vallen wel onder de definitie van diercategorie 101. Je hebt daar dus wel fosfaatrechten voor nodig.

 

Jonge fokstieren van zoogkoeien

Voor fokstieren voor de zoogkoeienhouderij zijn geen fosfaatrechten nodig. Ook niet in de leeftijdscategorie van 0 tot 1 jaar. Deze fokstieren vallen niet onder de diercategorie ‘jongvee jonger dan 1 jaar’. Voor de gebruiksnormenberekening moet de meest passende categorie worden gebruikt.

 

Op welke diercode boeken?

Niet voor alle soorten runderen zijn diercodes. Indien voor een dier geen diercategorie is vastgesteld, dan moet volgens RvO in het kader van de gebruiksnormenberekening de diercategorie gekozen worden ‘die het beste past’. Let op dat je runderen niet onnodig onder diercategorie 101 of 102 zet (bijvoorbeeld bij een fokstier voor de zoogkoeienhouderij). Soms werken de managementsystemen (bijvoorbeeld van CRV) ook niet erg mee. Bel mij gerust wanneer je hierover twijfelt.

 

Bewijs: uiteindelijke bestemming

Let op, RvO (en de NVWA) gaan uit van de uiteindelijke bestemming uit van het betreffende rund. Wanneer je bijvoorbeeld als melkveehouder besluit een kalf af te mesten en deze na drie maanden verkoopt aan handelaar, zorg er dan voor dat je bewijs hebt dat het kalf ook daadwerkelijk geslacht wordt (of daar een duidelijk contract voor ondertekent met daarin een vrijwaring). Wanneer het kalf bijvoorbeeld wordt doorverkocht aan een opfokker, die uiteindelijk besluit het rund te laten dekken en als drachtige vaars aan een melkveehouder verkoopt, had je dus als melkveehouder de eerste drie maanden wél fosfaatrechten nodig (ook al dacht je het kalf als mestkalf te verkopen).

 

Veelgestelde vragen

De Rijksoverheid heeft een aantal veelgestelde vragen over fosfaatrechten en de antwoorden daarop gepubliceerd. Klik hier om dit document te downloaden.

 

Klopt het beleid van RvO?

Bovenstaande informatie is gebaseerd op de huidige standpunten van RvO. Helaas kan ik je niet garanderen dat deze kloppen. In het bijgaand document staat bijvoorbeeld een aantal stellingen over het toekennen en afpakken van fosfaatrechten bij vleesveehouders, waar ik het juridisch mee oneens ben. Het is uiteindelijk aan de rechter om hier duidelijk over te bieden, maar dit kan nog lang duren. Mijn advies is dan ook om wel zoveel mogelijk je fosfaatplanning te baseren op het meest actuele beleid van RvO (waardoor de kans op vervelende discussies of boetes achteraf het kleinst is).

Heb je nog vragen of opmerkingen over de fosfaatrechten? Bel (06 340 93 944) of mail ([email protected]) mij gerust. Zorg er in ieder geval voor dat je voor het einde van het jaar alles op orde hebt.

Let op, dit is een verouderd bericht van 22 december 2018. Klik hier voor het meest actuele artikel over dit onderwerp.