Verschillende definities landbouwgrond

Wanneer reken je landbouwgrond mee bij regels over mest en betalingsrechten? Is grondgebruikersverklaring voldoende? De definitie van landbouwgrond is in allerlei regelingen weer anders. Een perceel kan bijvoorbeeld wel meetellen voor de betalingsrechten, maar niet voor de berekening van de gebruiksruimte voor mest. Een grondgebruikersverklaring is lang niet altijd voldoende! In dit artikel lees je waar je op moet letten bij de betalingsrechten en de mest als het gaat om grond.

Mest: berekening gebruiksruimte en gebruiksnormen

Om te berekenen hoeveel mest je op je eigen bedrijf kwijt kunt (je ‘gebruiksruimte’), is van belang hoeveel grond je hebt en om wat voor soort landbouwgrond het gaat. Je dient dit niet alleen jaarlijks op te geven via de Gecombineerde Opgave, maar je blijft er ook zelf voor verantwoordelijk om dit goed bij te houden in je mestboekhouding. Reken je jezelf te rijk met je landbouwgrond, dan loop je het risico de gebruiksnormen te overschrijden met mogelijk forse boetes tot gevolg. Lees hier meer over boetes.

Mest: wat is landbouwgrond?

Voor je gebruiksruimte binnen de mestwetgeving telt alleen landbouwgrond mee die in het kader van een normale bedrijfsvoering bij het bedrijf in gebruik is. Ook moet deze grond in Nederland liggen. Dat betekent dat je op zijn minst de volgende onderdelen goed in de gaten moet houden.

1. Gebruik grond voor de landbouw

De grond moet gebruikt worden voor ‘landbouw‘, in die zin dat er teelt van gewassen op plaats vindt voor je landbouwbedrijf. Zo was er een rechter die oordeelde dat alleen het maaien (afvoeren van het gras) en bemesten van een stuk grond niet betekent dat er sprake is van ‘landbouw’. Dat valt namelijk ook onder gewoon onderhoud, zoals de gemeente bermen ook onderhoudt.

2. Feitelijke beschikkingsmacht

Je moet de feitelijke beschikkingsmacht over de grond hebben. Dat betekent dat je vrij moet zijn om te doen met het land wat je wilt en dat deze vrijheid niet al teveel ingeperkt moet zijn. Je moet dus in de praktijk in staat zijn het teeltplan en bemestingsplan op elkaar af te stemmen en deze plannen in samenhang te realiseren. Hieraan is niet voldaan wanneer je bijvoorbeeld grond van Staatsbosbeheer pacht en daarop allerlei beperkingen gelden, bijvoorbeeld dat je alleen tussen 15 juni en 1 oktober mag maaien en slechts beperkt mest op het land mag brengen. Wanneer je grond in eigendom hebt en daar een pakket van agrarisch natuurbeheer op zit, kan er wel sprake zijn van feitelijke beschikkingsmacht (zolang de voorwaarden maar niet te beperkend zijn).

3. Overeenkomst

Je moet een geldige juridische titel hebben voor het exclusieve gebruik van de grond. Dat betekent dat je bijvoorbeeld een overeenkomst met de eigenaar van de grond moet hebben, waaruit blijkt dat je de grond mag gebruiken. Zo’n overeenkomst hoeft overigens niet op papier te staan, maar is vanwege het bewijs wel sterk aan te raden. Het kan bijvoorbeeld gaan om een pachtovereenkomst of een zogenaamde grondgebruikersverklaring. Let op: alleen een grondgebruikersverklaring is niet voldoende. Je moet ook aan de overige eisen voldoen (bijvoorbeeld dat je de feitelijke beschikkingsmacht over de grond moet hebben, zie vorige punt).

Alle grond dat niet kan worden aangemerkt als ‘landbouwgrond’, mag je dus niet meetellen voor de berekening van je gebruiksruimte. Wel kan het zijn dat je deze grond kunt meetellen voor de mestverwerkingsplicht en de grondgebondenheid. Wanneer je dieren laat weiden op deze grond of daar mest op brengt, laat je dus de dieren ‘uitscharen’ en breng je de mest buiten je bedrijf. Zorg dat je daar een goede administratie van bijhoudt. In sommige gevallen is een mestbon verplicht (VDM). Lees daar hier meer over.

Betalingsrechten (GLB-subsidies)

Voor betalingsrechten gelden er minder strenge eisen voor ‘landbouwgrond’. Het moet gaan om landbouwareaal dat deel uitmaakt van het bedrijf van de landbouwer en wordt gebruikt voor landbouwactiviteiten. Wanneer de grond ook voor andere doelen wordt gebruikt (bijvoorbeeld natuurdoelen), moet het overwegend worden gebruikt voor landbouwactiviteiten. Het laten grazen van vee op de grond kan al voldoende zijn.

Maar let op, het moet wel gaan om landbouwgrond die gebruikt wordt als bouwland, als blijvend grasland en blijvend weiland, of voor blijvende teelten. Blijvend grasland en blijvend weiland (samen blijvend grasland) is grond met natuurlijke of ingezaaide vegetatie van grassen of andere kruidachtige voedergewassen die ten minste vijf jaar niet in de vruchtwisseling van het bedrijf is opgenomen. Andere begraasbare soorten, zoals struiken en/of bomen, kunnen er deel vanuit maken, mits de grassen en andere kruidachtige voedergewassen overheersen.

De Rijksdienst voor Ondernemend Nederland (RvO) is erg streng met het opmeten van de percelen. Wegen, paden, sloten, greppels, bomenrijen, etc. vallen er niet onder. Lees meer daarover in de Handleiding percelen, landbouwgrond of niet volgens het GLB.

Opgave percelen Gecombineerde Opgave

Let er op dat je jaarlijks bij het invullen van de Gecombineerde Opgave alert bent. Ook in 2020 is er weer het nodige veranderd, dus neem niet klakkeloos de gegevens van vorig jaar over. Zo zijn de gewascodes ook in 2020 weer veranderd. Je kiest nu eerst een gewascode bij het invullen van de Gecombineerde Opgave en vervolgens geef je per perceel aan welke regelingen van toepassing zijn binnen de onderdelen ‘Mest’, ‘GLB/Betalingsrechten’ en ‘Overige regelingen’. De gewascode is dus niet (meer) bepalend voor de vraag welke regelingen op het perceel van toepassing zijn.

Wees alert op controle

De NVWA maakte bekend in 2020 meer te gaan controleren. Zorg er dus voor dat je de boel goed op orde hebt. Lees hier meer wat je het beste kunt doen wanneer de NVWA komt controleren of wanneer je een boete hebt ontvangen.

Advocaat landbouwgrond

Landbouwwetgeving is ontzettend ingewikkeld en verandert continu. Het is belangrijk dat je je in een zo vroeg mogelijk stadium laat bijstaan door iemand die verstand heeft van deze ingewikkelde regelgeving én veel ervaring heeft met controles door de NVWA. Het liefst nog voordat de NVWA langskomt.

Als advocaat agrarisch recht heb ik zowel kennis van procederen als van landbouwwetgeving. Ik heb verder een netwerk van diverse deskundigen waar ik mee samenwerk, die verstand hebben van de technische aspecten die erbij komen kijken. Ik help je dan ook graag bij een controle en om eventuele boetes of kortingen aan te vechten.

Vragen of benieuwd wat ik voor je kan betekenen? Neem gerust vrijblijvend contact op via 06 340 93 944 of [email protected]ico-advocatuur.nl.

De agrarische sector gaat mij aan het hart. Nieuwsgierig naar mijn achtergrond in de mooie sector en wat ik doe voor agrarisch ondernemers? Lees hier meer.